Onderwijszaken

Maakt 5 miljard aan belastinggeld het onderwijs beter? (1)

In onderwijs on 4 februari 2011 at 9:57 PM

Het SBO, de organisatie van werkgevers en werknemers in het onderwijs, heeft vandaag een manifest uitgebracht onder de titel ‘De lat ligt hoog’. De uiteindelijke versie is op een aantal punten aangepast in vergelijking met de conceptversies. Laten we eerst eens kijken naar de belangrijkste punten uit het manifest. In deel 2 ga ik eens wat dieper in op de genoemde punten en gepresenteerde plannen.

Zo roepen de sociale partners in het onderwijs, verenigd in het SBO, de politiek en overheid op het onderwijs en het daarin werkzame personeel de erkenning te geven die het verdient. Volgens hen wordt het in het onderwijs werkzame personeel te weinig gewaardeerd, zowel materieel als immaterieel.

Dezelfde sociale partners presenteren vandaag ook hun agenda voor de komende vier jaar. Speerpunt daarin is het onderwijspersoneel. Zij zijn volgens hen een cruciale factor voor economische en maatschappelijke innovatie. En (mede?) daarom moet de lat op de lerarenopleidingen omhoog en zij willen geen concessies doen aan de eis van algemeen ontwikkelde, ondernemende en intelligente leraren. Volens het SBO betekent werken in het onderwijs blijven leren, bijscholen, innoveren, onderzoeken en ontwikkelen. Want wie veel eist van zijn leerlingen of studenten, moet ook hoge eisen aan zichzelf stellen.

Het SBO stelt dat dit verplichtingen schept voor zowel werkgevers als werknemers in het onderwijs. De sociale partners zeggen bereid te zijn die verplichtingen aan te gaan, mits de overheid zich daartoe ook verplicht. De partners binnen het SBO hebben in de genoemde agenda concrete afspraken gemaakt over de zes thema’s waarvoor zij zich de komende jaren sterk willen maken:

1. Aantrekkelijke loopbanen in het onderwijs en meer mobiliteit
Carrière maken in het onderwijs moet niet alleen mogelijk zijn door manager te worden. Het onderwijs heeft ook mensen nodig die zich pedagogisch-didactisch verder professionaliseren en ontwikkelen. Docenten die het liefst met leerlingen en studenten werken – en dat zijn de meeste! – moeten
zowel inhoudelijk als financieel carrière kunnen maken. Daarnaast moet overstappen van de ene onderwijssoort naar de andere makkelijker worden (bijvoorbeeld van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs).

2. Behouden van ouderen
Door de ontgroening zal het onderwijs zijn oudere personeelsleden de komende jaren hard nodig hebben. Voor hen moet het onderwijs werkbaar en aantrekkelijk blijven. Arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die dit belemmeren moeten worden weggenomen.

3. De professional centraal
De professionals op de werkvloer moeten meer ruimte krijgen om met inzet van eigen creativiteit en inventiviteit met hun leerlingen en studenten te werken. Professionals op hun beurt moeten elkaar aanspreken op behaalde leerresultaten en proberen gezamenlijk tot verbetering en verhoging van het
niveau te komen. Geen cultuur meer van ‘dichte deuren’, maar een open en ondernemende houding tegenover elkaar en de buitenwereld. Stimuleren en honoreren van teams van docenten en ondersteunend personeel die tot betere prestaties komen.

4. Ruimte en tijd voor ontwikkeling en scholing
Het werken in het onderwijs vraagt permanente reflectie, vernieuwing en ontwikkeling. De wereld om ons heen verandert immers voortdurend! Dat betekent financiële middelen, tijd (buiten het lesrooster) en een stimulerende werkomgeving (werkplekken, computers enzovoorts) voor het onderwijspersoneel.

5. Een open overlegcultuur, vertrouwen tussen management en leraren
Managers en docenten dreigen elkaar kwijt te raken. In onderwijsinstellingen moet open over het onderwijs gepraat worden waarbij docenten erkend worden als specialisten in kennis en leren. Vertrouwen tussen management en onderwijspersoneel is essentieel.

6. Een hoog opleidingsniveau en blijven leren
Een land dat hoge eisen stelt aan het opleidingsniveau van zijn inwoners kan in het onderwijs alleen ‘de beste’ mensen gebruiken. De lerarenopleidingen moeten daarom een hoog eindniveau bij hun studenten nastreven. Maar ook specialisten van buiten het onderwijs moeten hun steentje bij kunnen dragen in
het onderwijs. Het onderwijs moet bij uitstek de plek zijn waar ontwikkeling en toepassing van kennis en blijven leren, ook door het personeel, hoog in het vaandel staat.

Om deze zes thema’s te realiseren vragen het SBO om een extra impuls van 5 miljard euro netto. Zij claimen dat Nederland daarmee met de onderwijsuitgaven op het OECD-gemiddelde van 5,9% van het BBP komt.

Zij willen een belangrijk deel van de impuls specifiek inzetten voor het onderwijspersoneel ten behoeve van:
– verbetering van de primaire arbeidsvoorwaarden;
– scholing en opleiding;
– extra personeel, zodat er tijd vrij komt voor scholing, ontwikkeling, onderzoek;
– verbetering van carrièrepaden.

Bron: SBO

Geschreven op: maandag 2 oktober 2006

Advertenties
  1. […] De uiteindelijke versie is op een aantal punten aangepast in vergelijking met de conceptversies. In deel 1 heb ik gekeken naar de belangrijkste punten uit het manifest. In deel 2 ga ik eens wat dieper in […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: