Onderwijszaken

Kandidaat-kamerleden schrijven over onderwijs (1)

In onderwijs on 6 februari 2011 at 11:49 AM

Vandaag start een nieuwe serie gastschrijvers op dit weblog. Ditmaal betreft het kandidaat-kamerleden, die over onderwijs zullen schrijven. Uitgenodigd zijn kandidaten van PvdA, CDA, GroenLinks, ChristenUnie, VVD, D66 en SP. Van de genodigden hebben die van de ChristenUnie, D66 en SP reeds gereageerd en/of hun bijdrage opgestuurd.

De eerste gastschrijver is Jan van den Heuvel (55 jaar), voormalig Helmonds wethouder Onderwijs, Stedelijk Beheer en Milieu. Hij staat op nummer 18 bij D66 voor de komende kamerverkiezingen. Zijn stuk is langer dan oorspronkelijk afgesproken, maar gezien de samenhang is er niets geschrapt.


Je bent leraar op een VMBO-school en hebt – van de 23 leerlingen in je groep – nogal wat zorg- en probleemkinderen die, naast je lesgevende taak, erg veel tijd en aandacht vragen. Bovendien moeten de oudergesprekken voorbereid worden, huisbezoeken gepland en stagebedrijven bezocht. In de wekelijkse vergadering op het eind van de middag geeft de teammanager van je school aan dat er meer aandacht besteed moet worden aan de verkeersveiligheid. Uit gemeentelijke cijfers blijkt immers dat ‘onze’ leerlingen de (verkeers)regels aan hun laars lappen en een gevaar op de weg zijn, hoog tijd voor extra aandacht dus. Een nieuw project is geboren. Of jij, als geroutineerde leraar, mede-trekker van dit project wilt zijn?

Elke onderwijsgevende kent het dilemma waarmee een school dagelijks worstelt: wél willen maar niet kunnen. Het ooit zo gerespecteerde ambt van onderwijsgevende wordt er niet aantrekkelijker op. Cijfers over ziekteverzuim, afkeuringen of over de vlucht naar andere sectoren van de arbeidsmarkt wijzen hierop. Nieuwe instroom is bitter noodzakelijk, maar komt – mede door achtergestelde salariëring – niet van de grond. De meeste leraren zijn ‘veranderingsmoe’, willen lesgeven zonder extra ballast. En niets liever dan dat.

Toch neemt de druk op onderwijs(leiding)gevenden alsmaar toe. Een kleine greep: privatiseringsoperaties, invoering van de zorgplicht, faciliteren van voor-,tussen- en naschoolse opvang, het voorkomen van lesuitval, fusies, het overbruggen van de sociaal-culturele kloof tussen de diverse leerlingengroepen, de opdracht het ziekteverzuim terug te dringen, de verplichting (bij)scholing voor personeelsleden te organiseren, extra zorg besteden aan een verantwoorde begeleiding van de ‘probleem’leerling. Maar er moet tegelijkertijd in deze sector veel vernieuwd worden. Het onderwijs kan en mag niet stilstaan of achterblijven bij allerlei vernieuwingsinitiatieven. Het appèl van de politiek op deze sector te vernieuwen, meer te flexibiliseren en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus te nemen is, naar mijn mening terecht en mag niet stranden. Helaas maakt de school in vele gevallen deze verwachtingen niet waar.

De roep om terugkeer van de categoriale Mavo, de ‘ouderwetse’ Ambachtsschool en de Bedrijfsopleidingen zijn niet van de lucht, ook niet bij mijn (onderwijs)partij, D66. En regelmatig denk ik dat ‘we’ zeker de (VSO) LOM-scholen niet hadden moeten incorporeren in ons reguliere onderwijs, alléén deze beslissing al en de consequenties daarvan levert scholen behoorlijk wat en misschien wel teveel extra (zorg)druk op. Zijn er geen andere en betere oplossingen voor het maatschappelijke appèl dat op onderwijs gedaan wordt?

Beschikbaar ondersteunend geld, beheerd door schoolbesturen, die zich daarbij soms meer opstellen als een moderne financiële instelling dan als verantwoordelijk werkgever en vernieuwend procesondersteuner, wordt ingezet om onder meer ‘extra handjes’ te realiseren in een klas voor die taken waar een leraar niet of nauwelijks aan toe komt, maar waar niettemin grote behoefte aan is. Aldus krijgt een leraar, zo is de redenering, meer ‘lucht’ om een zorgkind extra aandacht te geven, ouders te spreken, collegae te consulteren, behandelingsplannen op te stellen. Prima.

Deze ‘extra -handjesfunctie’, de klassen- of onderwijsassistent in speciaal en primair onderwijs, werd enkele jaren geleden gecreëerd: een Mbo-opleiding als basis voor de functie, beloond met schaal 3 of 4 en daardoor een relatief goedkope maar wél zinvolle oplossing die zeker extra ondersteuning voor onderwijsgevenden biedt. Ook in het VMBO zien we de ‘leraarondersteuner’ verschijnen. Deze nieuwe opleiding, met overigens een beter salaris, leidt (deeltijd)studenten op om de docent in het VO in zijn dagelijkse werk te ontlasten. Noodzakelijk om de dagelijkse onderwijsbeslommeringen goed baas te kunnen.

Alle (werkdruk)problemen zijn daarmee dus opgelost zo redeneert men in bestuurdersland. De traditionele en altijd beschikbare hulpouder in het primaire en speciaal onderwijs (en straks ook in het voortgezet onderwijs) is met de komst van deze onderwijs-, klassen- en leraarondersteuner overbodig geworden. De school dopt voortaan haar eigen boontjes, de werkdrukproblemen behoren tot het verleden. Ziekteverzuimcijfers zullen dalen zo verwacht men.

Zeker, ik verwacht daar positieve resultaten van, maar daarmee zijn de noodzakelijke onderwijsvernieuwingsprocessen nog niet gewaarborgd. Deze komen, en dat is in onderwijsland altijd zo geweest, slechts dán tot stand wanneer ze gedragen worden door de mensen die er dagelijks mee moeten werken. Onderwijsgevenden zijn namelijk net gewone mensen: ze voeren pas een maatregel uit als ze deze zelf zien ‘zitten’. Of omdat ze vinden dat het wat toevoegt aan hun werksituatie dan wel aan het welbevinden van hun leerling. En als dit niet zo is kan de bedenker van elk prachtig plan het schudden, het zal niet of matig uitgevoerd worden.

Talent en ambitie zijn op allerlei onderdelen, van ‘lesboer’ tot beleidsverantwoordelijke, in voldoende mate bij onderwijsgevenden aanwezig. Procesvoorbereiding, begeleiding en implementatie voor allerlei (nieuwe) ontwikkelingen dienen daarom, vind ik, voornamelijk door de onderwijsgevenden zelf te worden uitgevoerd. Deze leraren dienen dan wel door besturen en directies gefaciliteerd en beloond te worden. En niet met een ‘extra handje’ in de klas voor de dagelijkse onderwijszaken, dat is evident.

Om het mes aan twee kanten te laten snijden kan naar mijn mening het vergroten van de arbeidsparticipatie en verdergaande flexibilisering van de arbeidsinzet hiervoor een effectief middel blijken. Een flexibele pool van louter en alléén ‘lesgevers’ zou hiervoor in het leven moeten worden geroepen. Hoevelen zijn er niet die wel willen lesgeven zónder alle sores daaromheen? Hoevelen zijn er niet, afgeknapt of afgekeurd, doordat er meer van hen gevraagd werd dan ze wilden of konden geven? Waarom laten we lesgevers géén les geven maar vragen wij van ze om beleidsstukken te maken, veranderingsprocessen te begeleiden?

Ik snak naar initiatieven van overheid, vakbonden, schoolbesturen, vervangingsfonds of ondernemers om een pool in het leven te roepen van louter ‘lesgevenden’, waarop door een school een (tijdelijk) beroep gedaan kan worden als vervanger van een leraar die (tijdelijke) vernieuwingsprocessen begeleidt. Beiden zullen zich er veel prettiger bij voelen.

Geschreven op: woensdag 1 november 2006

Advertenties
  1. […] eerste gastschrijver was Jan van den Heuvel (D66). En vandaag is het de beurt aan Rogier Havelaar (22 jaar).  Hij is de voorzitter van […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: