Onderwijszaken

Antwoorden van de test voor Pabostudenten en leerkrachten

In onderwijs on 13 februari 2011 at 8:55 AM

Hieronder de antwoorden van de test. Met behulp van de antwoorden en de genoemde puntentelling kan iedereen zelf zien wat hij of zij zou scoren.

Nummer 1 (ieder onderdeel is 2 punten waard)
a) Wie is Kieran Egan en wat is zijn hoofdberoep?
→ Hij is Professor of Education, verbonden aan de Simon Fraser University in British Columbia. Daarnaast is hij schrijver van vele onderwijskundige boeken (misschien wel het meest bekende boeken zijn: ‘The Educated Mind: How Cognitive Tools Shape Our Understanding’ en ‘Children’s minds, talking rabbits & clockwork oranges’).

b) Wat is zijn hoofddoel in het onderwijs?
→ Hij onderzoekt vooral wat we moeten doen om mensen te onderwijzen en dan vooral ook wat het woord ‘onderwijzen’ eigenlijk betekent.

c) Wat is zijn relatie met Jean Piaget?
→ Hij zet vele vraagtekens bij het werk van onder meer Piaget. Dit doet hij vooral in het boek ‘Getting it wrong from the beginning : our progressivist inheritance from Herbert Spencer, John Dewey, and Jean Piaget’.

Nummer 2 (ieder onderdeel is 3 punten waard)
a) Vermenigvuldig het achtste deel van 100 met 10
→ Het antwoord is: 125.

b) Hoeveel bedraagt het quotiënt van 16 gedeeld door een half?
→ Het antwoord is: 32.

c) Het vijfde deel van 0.3 is …
→ Het antwoord is: 0,06.

Nummer 3 (ieder onderdeel is 2 punten waard)
a) Wat zijn de belangrijkste kenmerken van Storyline Approach?
→ Grote betrokkenheid van de deelnemers (zij leiden het in feite), een rode draad, die ergens naar toeleidt, lage kosten, geen methode en vakoverstijgend werken. Kort gezegd is er sprake van projectonderwijs met een overkoepelend thema of thema-onderwijs in projectvorm.

b) Onder welke Nederlandse naam is het ook bekend?
→ Verhalend ontwerpen.

c) Wie heeft of hebben deze onderwijsvorm ontwikkeld?
→ Steve Bell en Sally Harkness (Schotland).

Nummer 4 (3 punten waard)
In welke zes landen of landsgebieden is het Nederlands de taal die men spreekt?
→ Nederland, België (Vlaanderen), Suriname, Aruba, Nederlandse Antillen en in de Franse Westhoek (deel van Frans-Vlaanderen, in het uiterste noorden).

                                                                                                     Luc Stevens
Nummer 5 (ieder onderdeel is 2 punten waard)
a) Wie is Prof. Dr. Luc Stevens?
→ Hij was tot begin 2003 hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Hij was ook jarenlang adviseur voor het Ministerie van Onderwijs en van vele landelijke overheden in het buitenland. Hij staat ook wel bekend als de ‘goeroe of de grondlegger van het (Nederlands) adaptief onderwijs’.

b) Wat is zijn meest bekende pedagogische bijdrage?
→ Over denken en doen (uitgave van Procesmanagement Primair Onderwijs).

c) Welk onderdeel binnen zijn vakgebied had zijn bijzondere aandacht?
→ Leerstoornissen.

Nummer 6 (ieder onderdeel is 3 punten waard)
a) In welke jaar kreeg het Koninkrijk der Nederlanden zijn huidige status als constitutionele monarchie?
→ In 1815.

b) Op welke datum accepteerde Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië?
→ De formele overdracht was op 27 december 1949. Al wordt als onafhankelijkheidsdatum door Nederland 17 augustus 1950 gehanteerd.

c) Op welke datum draagt Nederland het bestuur van Nederlands Nieuw-Guina over aan de Verenigde Naties?
→ Op 15 augustus 1962.

d) Welke landen behoren op dit moment tot het Koninkrijk der Nederlanden?
→ Nederland, Aruba en de Nederlandse Antillen.

Nummer 7 (ieder onderdeel is 3 punten waard)
a) Noem alle werkelijke koloniën die Nederland ooit heeft gehad.
→ Nederlands-Indië, Nederlands Nieuw-Guinea, Nederlandse Antillen, Suriname, (Nederlands-)Guyana, Nederlands Goudkust, Kaapkolonie, Ceylon, Formosa, Malakka, Nieuw-Nederland en Nederlands-Brazilië.

b) In welk jaar startte de zogeheten Gouden Eeuw van Nederland en in welk jaar begon de neergang (meest geaccepteerde jaartallen noemen)?
→ De start was in 1602 en de neergang begon zeventig jaar later in 1672.

c) Welke koloniën behoren tegenwoordig nog bij Nederland?
→ Geen enkele. Aruba en de Nederlandse Antillen zijn namelijk geen koloniën, maar deelstaten van het Koninkrijk der Nederlanden.

Nummer 8 (ieder onderdeel is 3 punten waard)
a) Benoem minimaal zes soorten rijm.
→ beginrijm, halfrijm, kreupel rijm, oogrijm, rijk rijm, volrijm, voorrijm, middenrijm, eindrijm, binnenrijm en kettingrijm.

b) Leg uit wat alternerend rijm is.
→ Dat is is een schema waarbij om en om mannelijk en vrouwelijk rijm wordt gebruikt.

c) Wat is de jambe in de poëzie?
→ Het is in de Nederlandse poëzie de meest gebruikte maat. Het is een versvoet die bestaat uit een onbeklemtoonde en daarna een beklemtoonde lettergreep.

Nummer 9 (ieder onderdeel is 3 punten waard)
a) Wat is broddelen?
→ Broddelen is een vorm van onduidelijk spreken (dus niet stotteren) en die meestal gebaseerd is op een zwak taalgevoel.

b) Noem minstens 5 symptonen van broddelen.
→ Hoge spreeksnelheid, slechte verstaanbaarheid, moeite met het uitspreken van meerlettergrepige woorden, concentratieproblemen, chaotisch vertellen door ongeorganiseerde zinsbouw en verteltrant, snelle herhalingen van woorden en woorddelen in het spreekritme, het kind is zich niet bewust van het onduidelijke spreken en geen spreekangst.

c) Benoem 2 acties die een leerkracht kan ondernemen om een broddelaar te helpen.
→ Voorbeelden: geef duidelijk structuur van buitenaf; broddelaars hebben die structuur niet vanuit henzelf, bij problemen bij begrijpend lezen: baken een stuk tekst af, waarin het antwoord op een vraag over de tekst staat. Zeg bijvoorbeeld: ‘In dat stuk vind je het antwoord op mijn vraag’, geef structureren de opdrachten in plaats van algemene. Bijvoorbeeld: ‘Leg je pen en je taalschrift in je laatje’ in plaats van ‘Ruim je tafel op’ en herhaal af en toe de uitingen van de broddelaar. De broddelaar denkt over deze herhaling na. Hierdoor kunnen nieuwe gedachten en het snelle praten enigszins verminderd worden.

Nummer 10 (ieder onderdeel is 2 punten waard)
a) Hoeveel uren Engelse taal per week zijn verplicht in de hoogste groepen van het basisonderwijs?
→ Eén tot twee uren per week.

b) Benoem de domeinen die behoren tot de kerndoelen Engelse taal in het basisonderwijs.
→ Domein A: mondelinge taalvaardigheid en domein B: leesvaardigheid.

c) Behoort het vak Engelse taal wel of niet tot de startbekwaamheidseisen van de Opleiding tot Leraar Basisonderwijs?
→ Jazeker, het behoort er wel toe. Helaas, doet vrijwel geen enkele Pabo er echt iets mee in de praktijk.

Geschreven op: zondag 21 januari 2007

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: