Onderwijszaken

Zomervakantie korter en minder verplichte lesuren

In basisschool, onderwijs on 5 juni 2011 at 6:12 PM

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft een beslissing genomen in het dossier ‘onderwijstijd’. Eerder heeft een commissie onder leiding van Cornielje hier al vele uren over gepraat om vervolgens een rapport met als titel ‘De waarde van een norm’ te schrijven. Een aantal aanbevelingen uit dat rapport zijn nu, 3,5 maand na het uitkomen van het rapport, overgenomen door Van Bijsterveldt. Dit heeft de staatssecretaris gisteren per brief laten weten aan de Tweede Kamer.
Ook is er nog rekening gehouden met een viertal andere rapporten, te weten:
– het inspectieonderzoek naar de naleving van de wettelijke voorschriften inzake onderwijstijd in schooljaar 2007/2008;
– een onderzoek van Regioplan naar lesuitval en onderwijstijd;
– de door EIM uitgevoerde evaluatie van de Regeling Vakantiespreiding en
– het door Regioplan uitgevoerde onderzoek naar de tijdsbesteding door leraren.
Verder heeft de staatssecretaris gesproken met de VO-raad, de AOC-raad, het LAKS, de ouderorganisaties, AOb, CNV en CMHF, en BON. Ook schrijft zij dat zij tijdens haar werkbezoeken aan scholen en in ontmoetingen met leraren, leerlingen, ouders, rectoren en andere betrokkenen in en rond de school heeft gesproken over hoe om te gaan met de onderwijstijd.

Van Bijsterveldt spreekt haar waardering uit over het werk van de commissie Onderwijstijd, die zij vroeg haar te adviseren hoe om te gaan met onderwijstijd. De drie belangrijkste aanbevelingen die worden overgenomen:
1. nieuwe definitie van onderwijstijd en een nieuwe norm van 1.000 uur per schooljaar;
2. de zomervakantie gaat van zeven weken terug naar zes weken en
3. de school gaat verantwoording afleggen aan leerlingen en ouders over de kwalitatieve invulling van het onderwijs.

Volgens Van Bijsterveldt hebben alle leerlingen recht op minimaal 1000 uur onderwijs per schooljaar. Een uitzondering hierbij is het examenjaar, waarin de norm 700 uur blijft. Gelet op de ambitie die de politici hebben om elk talent volledig te benutten, is de staatssecretaris van mening dat dit een minimale norm is waar alle scholieren recht op hebben. Dit ondermeer vanwege de ambities op het vlak van taal en rekenen, de eisen rond de examens en de wens tot meer excellentie.

Het gaat niet alleen om voldoende uren, maar ook om goede uren. Voldoende lesuren is naar de mening van de staatssecretaris een voorwaarde voor goed onderwijs, maar zij vindt een optimale kennisoverdracht en een uitdagend en inspirerend lesprogramma dat het maximale uit alle leerlingen haalt minstens zo belangrijk voor de kwaliteit van onderwijs. De (gezamenlijke) verantwoordelijkheid over hoe vorm te geven aan kwalitatieve invulling van de norm ligt volgens de staatssecretaris straks primair op schoolniveau. Dit draagvlak zal in een actieve vorm van horizontale verantwoording en inspraak vormgegeven dienen te worden. De commissie Onderwijstijd beschouwt de school namelijk als een gemeenschap van ouders, leerlingen, leraren en leidinggevenden en de interactie moet hier plaatsvinden. Dat samenspel van checks en balances geeft ruimte voor een model van, zoals de commissie Onderwijstijd dat noemt, ‘high trust’.

De commissie Onderwijstijd stelde voor om één van de huidige zeven weken zomervakantie die leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben om te zetten in vijf collectieve, gespreid over het schooljaar in te zetten, roostervrije dagen voor leerlingen. Op deze dagen zijn alle leerlingen op de school vrij. Een school kan zelf bepalen welke dagen dit zijn. Centraal zullen zes aaneengesloten weken zomervakantie voor leerlingen worden vastgesteld, en in het voortgezet onderwijs worden de vijf voor leerlingen roostervrije dagen toegevoegd aan vijf roostervrije dagen voor opstart- en afrondingsactiviteiten aan het begin en einde van het schooljaar. In totaal is daarmee in het voortgezet onderwijs sprake van maximaal tien collectieve, voor leerlingen roostervrije dagen per schooljaar.
De Wet medezeggenschap op scholen zal worden aangepast om de medezeggenschapsraad instemmingsrecht te geven over de inzet en invulling van de 10 roostervrije dagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het deel van de medezeggenschapsraad dat door de ouders en leerlingen is gekozen en het deel van de medezeggenschapsraad dat het personeel vertegenwoordigt. De gehele medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de roostervrije dagen. Ten aanzien van de wijze waarop invulling gegeven wordt aan de roostervrije dagen heeft alleen de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht.

De normjaartaak van leraren in het voortgezet onderwijs is en blijft 1.659 uur bij een voltijds aanstelling. Hierin komt geen verandering door de aanpassing van de zomervakantie en het inzetten van de roostervrije dagen voor leerlingen. Werkgevers en werknemers moeten echter op schoolniveau onderling afspraken maken over de invulling door leraren van de roostervrije dagen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt wil de positie van de medezeggenschap ten aanzien van de kwalitatieve invulling van het onderwijsprogramma verder verstevigen. De medezeggenschapsraad zal daarom op dit punt instemmingsrecht krijgen in het licht van de opdracht aan de school om een uitdagend en inspirerend onderwijsprogramma te realiseren. Hiervoor zal de Wet medezeggenschap op scholen voor het voortgezet onderwijs worden aangepast. Ook zal het bevoegd gezag zich moeten verantwoorden over de invulling (zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin) van het onderwijsprogramma.

Als ik kijk naar deze drie aanbevelingen, dan komen er wel wat gedachten in mij op. Die nieuwe norm van 1.000 uur is net zo vaag als de huidige norm van 1.040 uur. Op korte termijn verdwijnen daarmee ongetwijfeld een aantal ‘ophok-uren’, maar op langere termijn gaan scholen weer rekenen en zal blijken dat er niets is veranderd, behalve dat er weer 40 lesuren verdwenen zijn.

De zomervakantie verkorten met één week vind ik een goed plan. Zolang tenminste ook helder wordt gemaakt dat die tijd door het onderwijspersoneel wel aan onderwijs moet worden besteed. Ik vrees echter dat de leerkrachten de vijf werkdagen elders in het jaar ook als vrije tijd gaan opnemen, net als de leerlingen die dagen vrij krijgen. Op de één of andere manier zien leerkrachten vrije dagen van leerlingen ook als vrije dagen voor henzelf. Terwijl dit grote onzin is, als je kijkt naar de uren die zij per jaar behoren te werken.

De derde aanbeveling vind ik het zwakste. De schoolbesturen en -directies moeten al op veel punten overleg plegen met leerlingraden, ouderraden en medezeggenschapsraden en soms ook instemming vragen. Meestal ook terecht wat mij betreft. Maar nu wordt er zoveel neergelegd bij de medezeggenschapsraad, dat ik mij afvraag wat daar van terecht gaat komen.

Er heerst bij mij zeker een flinke dosis scepsis over de plannen van de staatssecretaris en ik ben dan ook benieuwd naar de reacties vanuit de politieke partijen. Maar tegelijkertijd moet ik erkennen dat er iets veranderd moest worden. En indien de plannen conform de intenties van de commissie Onderwijstijd en de staatssecretaris worden uitgevoerd, dan is er sprake van een kwaliteitsverbetering. Zeker als de Onderwijsinspectie er goed op gaat toezien. Maar gezien de rol die aan de inspectie is toebedeeld in de plannen, vrees ik dat het toezicht juist zal verslechteren.

Geschreven op: zondag 29 maart 2009

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: