Onderwijszaken

Archive for the ‘onderwijs’ Category

Invallen in het (V)SO is een prachtige kans!

In basisschool, educatie, onderwijs on 1 februari 2013 at 9:57 PM

Vaak hoor je dat het moeilijk is om invallers te krijgen voor (V)SO-scholen. Dit terwijl in de meeste gebieden genoeg invallers in het basisonderwijs en reguliere voortgezet onderwijs zijn te vinden. En als je rondkijkt en -vraagt op veel scholen voor speciaal onderwijs, dan lijkt dat aardig te kloppen. De werkzaamheden van iedere zieke collega moet intern worden opgevangen, want een lijstje met invallers is er meestal niet. En zo’n lijstje wordt ook vaak niet opgesteld, omdat menig directeur denkt dat hij toch niemand kan krijgen om in te vallen.

En toch klopt dat niet. Er studeren jaarlijks teveel toekomstig leerkrachten af en die willen allemaal werkervaring opdoen en het liefst een baan. En binnen welke type onderwijs kan je nu mooi ervaring opdoen? Juist: binnen het speciaal onderwijs! Afhankelijk van ieders wensen en belangstelling zijn allerlei keuzes te maken natuurlijk, maar het cluster 4 onderwijs is wel erg leerzaam voor een (beginnend) leerkracht. De kennis en ervaring die iemand daar leert, is levenslang bruikbaar. Het zou dan ook geen moeite moeten zijn om invallers te vinden voor het (V)SO.

Afbeelding

Advertenties

Wie controleert de schoolbesturen?

In educatie, onderwijs on 20 januari 2013 at 9:52 PM

Formeel is het Ministerie van OCW verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit betekent dat het ook verantwoordelijk is voor de controle op alle scholen en onderwijsinstellingen. Dit betekent dus ook controle op de schoolbesturen.

Afbeelding

Vrijwel alle schoolbesturen bestaan grotendeels uit welwillende amateurs, aangevuld met baantjesjagers. En een afschrikwekkend percentage van deze bestuurders weet nauwelijks tot niets van onderwijs. Zeker niet op het niveau dat gewenst is. Hierdoor ontbreekt een belangrijk controlemechanisme binnen de scholen. De gelden vanuit de staatskas worden op een onjuiste wijze begroot en besteed en schooldirecties kunnen tot op grote hoogte hun eigen gang gaan.

Te vaak is er sprake van een relatief grote overhead door grote staf- en bestuursbureau’s, vele managers en door de inhuur van externe ‘deskundigen’. Deze overheadkosten gaan direct ten koste van goed onderwijs aan leerlingen. En een degelijke controle hierop vindt in praktijk amper plaats. Natuurlijk sturen besturen begrotingen en jaarrekeningen naar het Ministerie en natuurlijk kijkt de Onderwijsinspectie naar de kwaliteit van onderwijs. Maar deze controles zorgen onvoldoende dat er de juiste keuzes worden gemaakt door de juiste mensen. En het lijkt er niet op dat hier verandering in komt.

‘Eén gezin, één plan’ blijkt nog steeds een loze kreet.

In educatie, jeugdzorg, onderwijs on 19 januari 2013 at 9:29 PM

Halverwege 2007 introduceerde voormalig minister André Rouvoet de kreet ‘Eén gezin, één plan’ in hulpverleningsland. Niet lang hierna dook een nieuwe functie binnen de Bureaus Jeugdzorg op, te weten ‘gezinsmanager’. Deze gezinsmanager was bedoeld het aanspreekpunt te worden voor alle hulpverleners in een gezin om vervolgens alle hulpverleningstrajecten te gaan coördineren. Tegelijkertijd moest de werkdruk voor de gezinsvoogden (c.q. gezinsmanagers) afnemen. Hoe Rouvoet dat wilde realiseren zal wel altijd een raadsel blijven.

Afbeelding

Ook introduceerde voormalig minister Rouvoet de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Iedere gemeente moet minimaal één van een dergelijk centrum binnen de grenzen hebben. Opgericht zijn ze allemaal wel, maar dat er eenduidig wordt gehandeld kan niet worden gezegd. Ook hebben de meeste CJG’s in praktijk niet bijgedragen aan een verlaging van de drempel voor ouders die een opvoedvraag hebben.

Een Bureau Jeugdzorg (BJZ) die de functie van ‘gezinsmanager’ breed aan het invoeren is, is Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). Vreemd genoeg is deze functie ingevoerd zowel voor de vrijwillige hulpverlening binnen BJAA (was casemanager) als voor de hulpverlening in het gedwongen kader (was jeugdbeschermer/gezinsvoogd). Een discutabele beslissing die zorgt voor de nodige verwarring bij de ketenpartners van BJAA.

Inmiddels is het plan om te komen tot ‘Eén gezin, één plan’ bijna zes jaar oud, maar in de praktijk is er weinig tot niets verandert op het punt van hulpverlening in een gezin. Tijdens overleggen over een jongere zitten nog steeds tot soms wel acht hulpverleners van verschillende instanties aan tafel. Er wordt nog steeds structureel langs elkaar heen gewerkt. Dit ondanks de goede inzet van verschillende gezinsmanagers.

Wanneer wordt het oorspronkelijke programma van voormalig minister Rouvoet door de politiek geëvalueerd is een vraag die zich automatisch opdringt. Ook is het misschien zinnig om BJAA-directeur Sigrid van de Poel eens aan het woord te laten over de stappen die BJAA zet op dit punt.

Mijn zoon moet maar ergens anders gaan wonen.

In jeugdzorg, onderwijs on 19 januari 2013 at 2:10 PM

De moeder kwam vanochtend stilletjes de school binnenlopen. Ze was gisteren uitgenodigd voor een gesprek met de afdelingsleider omdat het niet goed gaat met haar zoon. Hij komt veel te laat, spijbelt regelmatig en in tijdens de verschillende lessen doet hij weinig tot niets. Gisteren was hij na een half uur al van school weggelopen, omdat hij de tijd die hij weer te laat was, niet wilde inhalen.

Afbeelding

Moeder vertelde al snel dat ze moedeloos is als het gaat om deze zoon. Haar andere vijf kinderen doen het prima, maar hij niet. Het is zelfs al zover gekomen dat hij wordt toegevoegd aan de Top 600 van Amsterdam. Dat is een lijst van jongeren die als notoire veelplegers te boek staan. Moeder snapt goed dat haar zoon aan deze lijst wordt toegevoegd. Ze verzucht opeens: ‘Misschien moet hij maar ergens anders gaan wonen‘. Deze gedachte wordt ondersteund en opeens veert moeder wat op: ze mag dit blijkbaar vinden!

Moeder belooft weer met haar zoon te gaan praten. En eind deze maand is er een groot overleg en dan wil moeder het idee van een woonplek ergens anders bespreken. Wel ergens waar hij goed wordt geholpen.

Kiest een school altijd het beste voor een leerling?

In basisschool, educatie, onderwijs on 14 januari 2013 at 11:05 PM

In het onderwijs zou het moeten draaien om de leerling, scholier of student. En dan vooral om wat het beste is voor hen. De ontwikkeling in alle facetten behoort centraal te staan en alle energie, aandacht en middelen zouden gericht moeten worden ingezet om deze ontwikkeling tot een succes te maken.

Afbeelding

Helaas is op veel scholen en onderwijsinstellingen hier onvoldoende sprake van. Uiteraard is er geld nodig om onderwijs te kunnen verzorgen, maar op het moment dat geld boven de belangen van leerlingen gaat, is er iets grondig mis. Een school moet zich voortdurend afvragen of een leerling op de juiste plek zit en op de juiste manier onderwijs krijgt geboden. Daarentegen mag een school niet een leerling niet op school houden alleen vanwege de leerlingtelling. En triest genoeg gebeurt dat nog te vaak op te veel scholen.

Scholen krijgen enorme sommen belastinggeld om goed onderwijs te verzorgen. En vreemd genoeg is de controle op de besteding van deze gelden matig. Uiteraard moeten schoolbesturen een begroting en jaarrekening naar het onderwijsministerie sturen en ook komt af en toe de inspectie kijken naar de onderwijsinhoud. Maar dan heb je het grofweg gezegd wel gehad. En dat is natuurlijk wel erg vreemd in een land waar zelfs regels bestaan hoe regels opgesteld moeten worden. Scholen zouden gedwongen moeten worden om jaarlijks in het openbaar verantwoording af te leggen over de gemaakte keuzes, de geboekte onderwijsresultaten en de ontwikkeling die leerlingen hebben doorgemaakt.

Biedt Nederland goed onderwijs?

In educatie, onderwijs on 13 januari 2013 at 7:11 PM

De vraag of Nederland goed onderwijs biedt is vrijwel onmogelijk objectief te beantwoorden. Alles is te onderzoeken en wordt onderzocht, maar iedere analyse van gegevens lijkt een andere conclusie te geven. Waarschijnlijk is het voor iedereen mogelijk een ander antwoord te ondersteunen met dezelfde gegevens. Papier is geduldig tenslotte en analyses zijn mensenwerk.

Afbeelding

Enigszins hanteerbaar lijken internationale onderzoeken te zijn. En jaar in jaar uit komt het Nederlandse onderwijs goed te voorschijn uit deze onderzoeken. Maar ook de verschillende internationale onderzoeken bieden geen eenduidig beeld. Er zijn onderzoeken die een stabiel beeld laten zien, maar ook die een teruggang in kwaliteit tonen. En wat is nu de echte waarheid? Ook hier lijkt te gelden: kies maar een waarheid die je goed uitkomt.

Is er dan helemaal geen antwoord te geven op de vraag of Nederland goed onderwijs biedt? Als er sterk gegeneraliseerd wordt, dan is er wel een antwoord te geven. Namelijk: ja, Nederland biedt goed onderwijs, maar er zijn erg veel bedreigingen. En die bedreigingen zorgen ervoor dat er nog altijd teveel scholen zijn die kwalitatief ondermaats onderwijs bieden. En dat er nog steeds teveel scholen zijn die beter onderwijs zouden kunnen leveren.

En met ‘scholen’ worden alle subsectoren in het onderwijs omvat: van basisonderwijs tot en met het hoger onderwijs. Opvallend genoeg lijkt het basisonderwijs er nog het beste uit te springen en zijn de problemen bij het voortgezet onderwijs, maar vooral bij het MBO en HO, te vinden. Het is ook niet voor niets dat de laatste jaren daar schandaal na schandaal speelt en dat daar de grote (afgedwongen) reorganisaties spelen. Daarover in een volgend blog meer!

De kip en het ei.

In educatie, onderwijs on 12 januari 2013 at 9:13 PM

De onmogelijke vraag over de kip en het ei kan ook worden losgelaten op allerlei andere aspecten in het leven. Zo ook op het onderwijs versus de maatschappij. Want wie kan definitief en afdoende antwoord geven op de vraag welke sector primair verantwoordelijk is voor onze welvaart en voor economische (negatieve) groei?

Afbeelding

Veel mensen zullen geneigd zijn om sectoren als ‘industrie’ en ‘dienstverlening’ te noemen. Anderen zullen overtuigd zeggen dat die primaire sector juist het onderwijs is. En het zal geen verrassing zijn dat deze laatste overtuiging op sympathie kan rekenen. Want veel verwerving van kennis en vaardigheden start namelijk op onderwijsinstellingen. En de kinderen en jongeren die de kennis en vaardigheden verwerven gebruiken die vervolgens om (veelal buiten het onderwijs) geld te verdienen voor henzelf en via de belastingen voor ‘de maatschappij’.

Als de onderwijsinstellingen steken laten vallen, dan zijn toekomstige werknemers en zelfstandigen onvoldoende voorbereid om op een juiste wijze te functioneren na hun onderwijsloopbaan. Dit kan weer leiden tot kosten voor de maatschappij, bijvoorbeeld in de vorm van uitkeringen en justitiële kosten. Goed onderwijs kan daarentegen leiden tot mensen die goed zijn voorbereid om zelf geld te verdienen, luxe goederen aan te schaffen en belastingen af te dragen.

Kort door de bocht is op bovenstaande manier te beredeneren dat goed onderwijs zorgt voor welvaart en een groeiende economie en dat slecht onderwijs zorgt voor het tegendeel. Uiteraard is dat te simpel, maar een feit is wel dat wij met z’n allen gebaat zijn bij goed onderwijs. En de belangrijke vervolgvraag is of wij dat wel bieden in Nederland.

Beste ouders, u bent niet meer welkom op school

In basisschool, onderwijs on 17 juni 2011 at 3:24 PM

Echte en langdurige problemen met leerlingen bestaan eigenlijk niet. Natuurlijk gebeurt er genoeg op een school, maar dat past over het algemeen in de lijn van verwachting. Kinderen groeien op en bij dat proces hoort het verkennen en dus ook overschrijden van grenzen. Dat is ook erg belangrijk, omdat kinderen op die manier de grenzen leren kennen en ze hopelijk later niet meer overschrijden. Zeker in een druk landje als Nederland is dat erg belangrijk.

Echte en langdurige problemen met ouders bestaan daarentegen wel. En dan doel ik niet op ouders die realistisch kritisch zijn, want een beetje school ervaart zulke ouders volgens mij niet als een probleem. Nee, dan de ouders die eeuwig en altijd iets te klagen hebben, altijd commentaar leveren op de leerkrachten, continu voor het kantoor staan te dringen met eisen en werkelijk alles beter weten. Met die ouders heb ik het helemaal gehad! Iedere school kent ze wel: de bloedzuigers in het onderwijs.

Vandaag ook weer: mevrouw Verhaar dringt ruim voor schooltijd al de lerarenkamer binnen en steekt meteen van wal. Nog net vriendelijk en zeer beslist wees ik haar op het feit dat zij niet tot het onderwijzend personeel behoort en dus op de verkeerde plaats is. Maar mevrouw Verhaar is tot op hoog niveau Oostindisch doof, dus mijn woorden maakten geen enkele indruk, waarop ik mijn collega’s heb voorgesteld naar het naastgelegen lokaal te gaan, omdat wij recht op onze rust hebben voor schooltijd. Demonstratief is het hele team langs haar geschoven, waarna ik de deur meteen ferme klap heb dichtgegooid. Het idiote was dat mevrouw Verhaar nog steeds stond te oreren toen ik de deur achter mij sloot.

De lessen waren amper begonnen of mevrouw Verhaar stond al in mijn kantoor om mij ter verantwoording te roepen. Ik heb haar onderbroken en gezegd dat ze haar verhaal op papier mag zetten en dat ik dat ooit, als ik tijd heb, wel eens zal lezen. Maar dat ik verder geen tijd meer wenste te besteden aan haar verhalen, klachten en andere kreten. Dat werkte! Ze was zowaar een paar minuten stil. Die tijd heb ik gebruikt om haar op een nette manier het kantoor uit te werken en door de dichtsbijzijnde buitendeur naar buiten te bonjouren.

Ongetwijfeld is ze helemaal hels nu, maar het maakt mij niets meer uit. Beste mevrouw Verhaar, u bent niet meer welkom op onze school. Neem gerust uw twee kinderen mee en ga een ander lastigvallen. Wij willen lesgeven!

Geschreven op: dinsdag 7 april 2009

 

Zomervakantie korter en minder verplichte lesuren

In basisschool, onderwijs on 5 juni 2011 at 6:12 PM

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft een beslissing genomen in het dossier ‘onderwijstijd’. Eerder heeft een commissie onder leiding van Cornielje hier al vele uren over gepraat om vervolgens een rapport met als titel ‘De waarde van een norm’ te schrijven. Een aantal aanbevelingen uit dat rapport zijn nu, 3,5 maand na het uitkomen van het rapport, overgenomen door Van Bijsterveldt. Dit heeft de staatssecretaris gisteren per brief laten weten aan de Tweede Kamer.
Ook is er nog rekening gehouden met een viertal andere rapporten, te weten:
– het inspectieonderzoek naar de naleving van de wettelijke voorschriften inzake onderwijstijd in schooljaar 2007/2008;
– een onderzoek van Regioplan naar lesuitval en onderwijstijd;
– de door EIM uitgevoerde evaluatie van de Regeling Vakantiespreiding en
– het door Regioplan uitgevoerde onderzoek naar de tijdsbesteding door leraren.
Verder heeft de staatssecretaris gesproken met de VO-raad, de AOC-raad, het LAKS, de ouderorganisaties, AOb, CNV en CMHF, en BON. Ook schrijft zij dat zij tijdens haar werkbezoeken aan scholen en in ontmoetingen met leraren, leerlingen, ouders, rectoren en andere betrokkenen in en rond de school heeft gesproken over hoe om te gaan met de onderwijstijd.

Van Bijsterveldt spreekt haar waardering uit over het werk van de commissie Onderwijstijd, die zij vroeg haar te adviseren hoe om te gaan met onderwijstijd. De drie belangrijkste aanbevelingen die worden overgenomen:
1. nieuwe definitie van onderwijstijd en een nieuwe norm van 1.000 uur per schooljaar;
2. de zomervakantie gaat van zeven weken terug naar zes weken en
3. de school gaat verantwoording afleggen aan leerlingen en ouders over de kwalitatieve invulling van het onderwijs.

Volgens Van Bijsterveldt hebben alle leerlingen recht op minimaal 1000 uur onderwijs per schooljaar. Een uitzondering hierbij is het examenjaar, waarin de norm 700 uur blijft. Gelet op de ambitie die de politici hebben om elk talent volledig te benutten, is de staatssecretaris van mening dat dit een minimale norm is waar alle scholieren recht op hebben. Dit ondermeer vanwege de ambities op het vlak van taal en rekenen, de eisen rond de examens en de wens tot meer excellentie.

Het gaat niet alleen om voldoende uren, maar ook om goede uren. Voldoende lesuren is naar de mening van de staatssecretaris een voorwaarde voor goed onderwijs, maar zij vindt een optimale kennisoverdracht en een uitdagend en inspirerend lesprogramma dat het maximale uit alle leerlingen haalt minstens zo belangrijk voor de kwaliteit van onderwijs. De (gezamenlijke) verantwoordelijkheid over hoe vorm te geven aan kwalitatieve invulling van de norm ligt volgens de staatssecretaris straks primair op schoolniveau. Dit draagvlak zal in een actieve vorm van horizontale verantwoording en inspraak vormgegeven dienen te worden. De commissie Onderwijstijd beschouwt de school namelijk als een gemeenschap van ouders, leerlingen, leraren en leidinggevenden en de interactie moet hier plaatsvinden. Dat samenspel van checks en balances geeft ruimte voor een model van, zoals de commissie Onderwijstijd dat noemt, ‘high trust’.

De commissie Onderwijstijd stelde voor om één van de huidige zeven weken zomervakantie die leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben om te zetten in vijf collectieve, gespreid over het schooljaar in te zetten, roostervrije dagen voor leerlingen. Op deze dagen zijn alle leerlingen op de school vrij. Een school kan zelf bepalen welke dagen dit zijn. Centraal zullen zes aaneengesloten weken zomervakantie voor leerlingen worden vastgesteld, en in het voortgezet onderwijs worden de vijf voor leerlingen roostervrije dagen toegevoegd aan vijf roostervrije dagen voor opstart- en afrondingsactiviteiten aan het begin en einde van het schooljaar. In totaal is daarmee in het voortgezet onderwijs sprake van maximaal tien collectieve, voor leerlingen roostervrije dagen per schooljaar.
De Wet medezeggenschap op scholen zal worden aangepast om de medezeggenschapsraad instemmingsrecht te geven over de inzet en invulling van de 10 roostervrije dagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het deel van de medezeggenschapsraad dat door de ouders en leerlingen is gekozen en het deel van de medezeggenschapsraad dat het personeel vertegenwoordigt. De gehele medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de roostervrije dagen. Ten aanzien van de wijze waarop invulling gegeven wordt aan de roostervrije dagen heeft alleen de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht.

De normjaartaak van leraren in het voortgezet onderwijs is en blijft 1.659 uur bij een voltijds aanstelling. Hierin komt geen verandering door de aanpassing van de zomervakantie en het inzetten van de roostervrije dagen voor leerlingen. Werkgevers en werknemers moeten echter op schoolniveau onderling afspraken maken over de invulling door leraren van de roostervrije dagen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt wil de positie van de medezeggenschap ten aanzien van de kwalitatieve invulling van het onderwijsprogramma verder verstevigen. De medezeggenschapsraad zal daarom op dit punt instemmingsrecht krijgen in het licht van de opdracht aan de school om een uitdagend en inspirerend onderwijsprogramma te realiseren. Hiervoor zal de Wet medezeggenschap op scholen voor het voortgezet onderwijs worden aangepast. Ook zal het bevoegd gezag zich moeten verantwoorden over de invulling (zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin) van het onderwijsprogramma.

Als ik kijk naar deze drie aanbevelingen, dan komen er wel wat gedachten in mij op. Die nieuwe norm van 1.000 uur is net zo vaag als de huidige norm van 1.040 uur. Op korte termijn verdwijnen daarmee ongetwijfeld een aantal ‘ophok-uren’, maar op langere termijn gaan scholen weer rekenen en zal blijken dat er niets is veranderd, behalve dat er weer 40 lesuren verdwenen zijn.

De zomervakantie verkorten met één week vind ik een goed plan. Zolang tenminste ook helder wordt gemaakt dat die tijd door het onderwijspersoneel wel aan onderwijs moet worden besteed. Ik vrees echter dat de leerkrachten de vijf werkdagen elders in het jaar ook als vrije tijd gaan opnemen, net als de leerlingen die dagen vrij krijgen. Op de één of andere manier zien leerkrachten vrije dagen van leerlingen ook als vrije dagen voor henzelf. Terwijl dit grote onzin is, als je kijkt naar de uren die zij per jaar behoren te werken.

De derde aanbeveling vind ik het zwakste. De schoolbesturen en -directies moeten al op veel punten overleg plegen met leerlingraden, ouderraden en medezeggenschapsraden en soms ook instemming vragen. Meestal ook terecht wat mij betreft. Maar nu wordt er zoveel neergelegd bij de medezeggenschapsraad, dat ik mij afvraag wat daar van terecht gaat komen.

Er heerst bij mij zeker een flinke dosis scepsis over de plannen van de staatssecretaris en ik ben dan ook benieuwd naar de reacties vanuit de politieke partijen. Maar tegelijkertijd moet ik erkennen dat er iets veranderd moest worden. En indien de plannen conform de intenties van de commissie Onderwijstijd en de staatssecretaris worden uitgevoerd, dan is er sprake van een kwaliteitsverbetering. Zeker als de Onderwijsinspectie er goed op gaat toezien. Maar gezien de rol die aan de inspectie is toebedeeld in de plannen, vrees ik dat het toezicht juist zal verslechteren.

Geschreven op: zondag 29 maart 2009

 

Borstvoeding en strenge opvoeding zorgen voor slimmere kinderen

In jeugdzorg, onderwijs on 5 juni 2011 at 6:05 PM

Alle Vrije Scholen, Iederwijsscholen en andere vrije opvoedings- en onderwijsvormen ten spijt, het is gebleken dat traditionele opvoedingsmethoden het beste resultaat opleveren. Tenminste, als je slimmere en sneller aanpasbare kinderen als beter ziet. Overigens betreft het hier methoden als borstvoeding, discipline en hoge verwachtingen. Uit een recente Britse studie blijkt dat een lakse opvoeding de kans op emotionele en gedragsproblemen op latere leeftijd verhoogt.

Dat zal even slikken zijn voor alle vrije geesten in onderwijs- en opvoedland: een lakse opvoeding waarin kinderen vrijgelaten worden, zorgt voor meer gedrags- en emotionele problemen bij jongeren. Daarentegen blijkt dat kinderen een strenge, maar toch liefhebbende opvoeding nodig blijken te hebben. Dit zorgt er namelijk voor dat ze zich beter kunnen aanpassen aan hun omgeving, ze doen het dan beter op school en hebben meer zelfvertrouwen. Vooral meisjes blijken baat te hebben bij een disciplinaire opvoeding. Te weinig zelfvertrouwen op jonge leeftijd leidt bij hen vaker tot emotionele problemen en verslavingen. Veel ouders doen volgens de onderzoekers “maar wat”. Maar kinderen nemen deze houding over, wat ervoor zorgt dat ze minder goed presteren dan hun streng opgevoede leeftijdsgenoten.

Daarnaast bleek uit het Britse onderzoek dat borstvoeding tijdens de eerste 6 maanden de band tussen een moeder en haar kind verbetert. Dit is overigens geen nieuws, want dat wordt al sinds jaar en dag verkondigd. Borstvoeding is niet alleen beter voor de gezondheid, maar ook voor de ontwikkeling op onderwijsgebied. Onderzoekers bestudeerden moeders terwijl ze een verhaaltje aan hun kind van 1 jaar voorlazen. De moeder die hun kinderen borstvoeding gaven hadden meer interactie en stimuleerden het kind meer dan de anderen.

Zullen we de Vrije Scholen, Iederwijsscholen en andere “lakse” scholen maar sluiten? Dat lijkt een bijdrage aan onze economie en dat kunnen we wel gebruiken in deze crisistijd. Strenge ouders en strenge leerkrachten lijken toekomst te hebben!

Geschreven op: zaterdag 28 maart 2009

%d bloggers liken dit: