Onderwijszaken

Posts Tagged ‘school’

Detectiepoortjes op Nederlandse scholen?

In Uncategorized on 24 januari 2013 at 10:14 PM

Steeds vaker is de roep om detectiepoortjes in scholen te horen. Dergelijke geluiden worden gevoed door incidenten met messen en (nep) vuurwapens op scholen. Gelukkig zijn er nog geen afgrijselijke (grote) incidenten geweest die in de VS helaas regelmatig plaatsvinden. Toch wil het ontbreken van bloedbaden niet zeggen dat er geen wapens te vinden zijn binnen de Nederlandse schoolmuren.

detectiepoortjes

Recent kwam er een leerling naar mij toe met de mededeling dat hij een medeleerling uit een andere klas met een pistool had gezien. Het verhaal met allerlei details klonk geloofwaardig en de schrik zat er meteen in. De eerste actie was iemand extra in de betreffende klas te plaatsen, zogenaamd voor een lesobservatie, maar in werkelijk voor een stukje extra veiligheid. Verder direct maar 112 bellen voor politie-assistentie. De politie was vlot ter plaatse en is meteen gestart met hun onderzoek.

Uit verschillende gesprekken en het bekijken van camerabeelden werd stapsgewijs een beeld opgebouwd, waarna uiteindelijk meerdere leerlingen konden worden aangehouden. Het blijk te gaan om een zogeheten balletjespistool, maar dan wel één waarvan de politie zelfs aangaf dat het wel erg echt leek. Zelfs het gewicht was bijna gelijk aan dat van een echt pistool. Eén leerling is aangehouden en geschorst omdat hij het wapen had meegenomen en twee anderen omdat ze er mee hadden lopen rondzwaaien en het binnen de school hadden verstopt.

In deze zaak is het goed afgelopen en is niemand gewond geraakt. Maar misschien moeten we in Nederland niet de vraag stellen of er een keer een ernstig incident plaatsvindt, maar wanneer. Zouden detectiepoortjes en andere beveiligingsmaatregelen dit kunnen voorkomen? Gezien de ervaringen in de VS, waar dergelijke maatregelen wel zijn getroffen, lijkt dat een sprookje.

Advertenties

Mijn zoon moet maar ergens anders gaan wonen.

In jeugdzorg, onderwijs on 19 januari 2013 at 2:10 PM

De moeder kwam vanochtend stilletjes de school binnenlopen. Ze was gisteren uitgenodigd voor een gesprek met de afdelingsleider omdat het niet goed gaat met haar zoon. Hij komt veel te laat, spijbelt regelmatig en in tijdens de verschillende lessen doet hij weinig tot niets. Gisteren was hij na een half uur al van school weggelopen, omdat hij de tijd die hij weer te laat was, niet wilde inhalen.

Afbeelding

Moeder vertelde al snel dat ze moedeloos is als het gaat om deze zoon. Haar andere vijf kinderen doen het prima, maar hij niet. Het is zelfs al zover gekomen dat hij wordt toegevoegd aan de Top 600 van Amsterdam. Dat is een lijst van jongeren die als notoire veelplegers te boek staan. Moeder snapt goed dat haar zoon aan deze lijst wordt toegevoegd. Ze verzucht opeens: ‘Misschien moet hij maar ergens anders gaan wonen‘. Deze gedachte wordt ondersteund en opeens veert moeder wat op: ze mag dit blijkbaar vinden!

Moeder belooft weer met haar zoon te gaan praten. En eind deze maand is er een groot overleg en dan wil moeder het idee van een woonplek ergens anders bespreken. Wel ergens waar hij goed wordt geholpen.

Hoeveel verkrachtingsslachtoffers kent het Nederlandse onderwijs?

In onderwijs on 30 maart 2011 at 7:33 PM

Op de website van de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws lees ik een schokkend bericht. Vrijwel gelijktijdig schieten twee dingen door mijn hoofd: het gebeurt dus waarom ook niet binnen scholen en ook vraag ik mij meteen af hoe die cijfers zijn in Nederland. In theorie niet veel afwijkend lijkt mij.


De tekst van het artikel luidt:
Elke week gebeurt er in België minstens één verkrachting binnen de schoolmuren. Dat schokkende cijfer komt uit de politiestatistieken. ‘Waarschijnlijk zijn er nog andere feiten die niet zijn aangegeven.‘, klinkt het bij de politie.

Er vonden in 2007 welgeteld 69 verkrachtingen plaats binnen de schoolmuren. Dat zijn er meer dan in 2005 en 2006, toen er respectievelijk 54 en 52 mensen verkracht werden op school. Het aantal aanrandingen ligt nog eens dubbel zo hoog, met 122 gevallen in 2007 en 139 in 2006.

Experts staan niet te kijken van de resultaten. ‘Er zijn nog altijd heel veel slachtoffers van seksueel geweld.‘, zegt Erika Frans van Sensoa, gespecialiseerd in seksueel geweld. ‘De slachtoffers zijn vooral jonge mensen, de daders zijn zowel volwassenen als jonge mensen. Dat het ook op school gebeurt, is jammer genoeg alleen maar logisch.

Het is niet vreemd natuurlijk dat je schrikt van zo’n bericht, want je wordt geconfronteerd met iets waar je niets mee te maken wilt hebben. Maar dat kan helaas niet. Want het gebeurt en waarschijnlijk veel vaker dan we allemaal denken. Op 8 september 2008 stond er een artikel in Trouw met als titel Slachtoffers houden verkrachting vaak geheim. In dit artikel is onder meer te lezen: Slechts 15 procent van de slachtoffers van verkrachting doet aangifte. Van de groep van 150 ging de helft naar de politie. Voor zover bij Psycholoog Iva Bicanic van het UMC in Utrecht bekend zijn dertien daders berecht. ‘Meestal besluit justitie dat het niet te bewijzen valt.’

Als je dit percentage loslaat op de Vlaamse cijfers schrik je helemaal, aangezien het aantal van 69 dan opeens stijgt tot het afschrikwekkende aantal van 460 verkrachtingen in één jaar tijd! En dat alleen binnen de schoolmuren. Nederlandse cijfers kan ik niet vinden helaas, maar ik betwijfel of die sterk afwijken van de Vlaamse cijfers. Een indicatie geeft Blixum, een website die in opdracht van de provincie Zuid-Holland is gemaakt en valt onder het Zuid-Hollandse Expertisecentrum voor Jeugd en Leefbaarheid in Rotterdam. Op deze website zijn veel schokkende en schrijnende verhalen van jongeren te lezen. Het betreft voornamelijk meisjes die in handen van loverboys zijn gevallen en verhalen van meisjes die verkracht zijn, ook oor bekenden en leerkrachten.

Het vervelende gevoel wat mij nu bekruipt is: kan je je leerlingen wel beschermen tegen dergelijke vreselijke dingen? Weten wij überhaupt wel wat er zich afspeelt op onze scholen? We denken van wel, maar toch gebeuren deze dingen.

Geschreven op: zaterdag 7 februari 2009

Verdwijnen decolletés en minirokjes weer uit de scholen?

In basisschool, onderwijs on 25 maart 2011 at 6:01 PM

Met de komst van nieuwe leerkrachten in de basisscholen veranderd ook het aanzicht van de school en de teams. Het overgrote deel van de nieuwe leerkrachten is vrouw en jong en dat geeft kleur aan het onderwijs merk ik. Gaven of geven ‘oudere’ leerkrachten geen kleur aan het onderwijs dan? Jawel, maar toch is het anders. Het zal de leeftijd zijn, de tijdsperiode of een veranderende maatschappij.


Jaren geleden kwam je op de gemiddelde basisschool geen minirokjes tegen en zag je geen duidelijke decolletés of BH-bandjes of spannende kousen. Gezien de leeftijd van de meeste dames destijds was dat maar goed ook denk ik. En bij de heren kan ik mij helemaal niets voorstellen op dit punt. Tegenwoordig zie je dit soort kleedgedrag wel en als het weer warmer wordt, zie je soms opeens vaders hun kinderen de klas inbrengen terwijl ze het daar in de winter te druk voor hebben. Een vreemd fenomeen, maar wel grappig om te zien.

Ook de gespreksonderwerpen in de lerarenkamer zijn aan verandering onderhevig. Eerder ging het vaak over babies, oppassen op kleinkinderen, vervelende leerlingen en lastige ouders. Tegenwoordig gaat het zonder blikken of verblozen over sex, uitgaan, versieren en lichaamsdelen. Allemaal onderwerpen die bij het leven van de moderne jonge juf horen neem ik aan. En waarom ook niet. Ook dit is best leuk om aan te horen en soms zelfs over mee te praten.

Toch ben ik benieuwd of de kleding en de gespreksonderwerpen ook gaan veranderen met de tijd. De leerkrachten worden ouder, gaan trouwen, babies dienen zich aan en hun leven veranderd. Is ook hier sprake van een weerkerend fenomeen of hoort het echt bij de huidige tijd?

Foto: dit is -voor zover bekend- geen juf!

Geschreven op: maandag 26 januari 2009

24 Jaar; welke keuze heb je dan?

In jeugdzorg on 6 maart 2011 at 7:38 PM

Je bent zelf 24 jaar en je hebt twee kinderen. Van twee verschillende vaders; eentje verblijft in de Antwerpse gevangenis en de andere woont ergens in Nederland.


Je jongste van bijna twee zou bij zijn vader in Antwerpen moeten zijn, maar je weet dat je kind dat niet is. Maar waar wel, vertelt niemand je. De oudste van vier jaar is bij jou en zorgt voor veel onrust vanwege rotte tanden en een stevige kaakontsteking.

Je bent nu weer met haar in Nederland, na twee maanden bedelen en geld bijeen schrapen in Vlaanderen. Dat bracht je meermalen in aanraking met de politie, maar het is uiteindelijk gelukt. Nu zit je samen bij een vage kennis in huis en je betaalt de huur door lief te zijn voor die man. Eigenlijk ben je bang om weer zwanger te raken, want zo ging het de vorige twee keren ook namelijk. Maar wat voor een keuze heb je?

Je weet dat de politie achter je aan zit; je staat met je kinderen op de telex in zowel Nederland als Vlaanderen. Als je ze vinden, raak je je kinderen zeker kwijt.

Je zou graag beide kinderen bij je hebben, je wilt een eigen plek om te wonen en misschien kan je achter de kassa bij een supermarkt. En een poes, want je oudste is daar dol op. Een zorgverzekering, zodat je kind naar het ziekenhuis kan, zonder dat ze zeggen dat je een slechte moeder bent. En natuurlijk school, want je kinderen moeten het beter krijgen.

Maar ja, welke keuze heb je op jouw leeftijd?

Geschreven op: vrijdag 29 augustus 2008

Ouders? Leerkrachten? Maatschappij? Geld? Leerlingen?

In basisschool, onderwijs on 18 februari 2011 at 6:23 PM

Ik vraag mij steeds vaker af waar het eigenlijk om gaat in het onderwijs. Wie of wat is nu het belangrijkste; waar zou het allemaal om gaan of om moeten gaan?


Zijn de ouders de spil? Velen zullen antwoorden van niet, alleen vraag ik mij dan af waarom veel ouders zich wel zo gedragen op en rond school. De leerkrachten dan misschien? Best belangrijk zeggen veel mensen meteen en dat ben ik met ze eens. Alleen niet het belangrijkste, al gedragen teveel leerkrachten zich wel zo. De maatschappij is dan zeker het belangrijkste, want die is tenslotte virtueel de baas in ons land. Dat kan wel zijn, maar de maatschappij moet gewoon de kaders stellen in de vorm van wetten en zich verder niet met de uitvoering bemoeien lijkt mij.

Dan moet het wel gaan om geld, want zonder geld werkt niets tenslotte. Dat klopt aardig en geld is -helaas- ook in het onderwijs erg belangrijk. Te belangrijk eigenlijk. Maar het belangrijkste lijkt mij niet, want dat kunnen alleen de leerlingen zijn. De leerlingen en de toekomst van deze kinderen. En daarmee ook de toekomst van ons land en onze maatschappij. De toekomstige ouders en toekomstige leerkrachten die geld gaan verdienen en uitgeven.

Laten we nu eens met z’n allen afspreken dat het gaat om de leerlingen en hun toekomst. Dus ouders: wees ouder en bemoei je niet met het onderwijsproces, leerkrachten: geef les en bemoei je niet met andere zaken binnen of buiten de school en maatschappij: stel wetten vast en handhaaf die en stop daar. Dan komt het vast allemaal nog een keer goed. Al duurt het misschien nog een generatie…

Geschreven op: donderdag 17 mei 2007

Kandidaat-kamerleden schrijven over onderwijs (1)

In onderwijs on 6 februari 2011 at 11:49 AM

Vandaag start een nieuwe serie gastschrijvers op dit weblog. Ditmaal betreft het kandidaat-kamerleden, die over onderwijs zullen schrijven. Uitgenodigd zijn kandidaten van PvdA, CDA, GroenLinks, ChristenUnie, VVD, D66 en SP. Van de genodigden hebben die van de ChristenUnie, D66 en SP reeds gereageerd en/of hun bijdrage opgestuurd.

De eerste gastschrijver is Jan van den Heuvel (55 jaar), voormalig Helmonds wethouder Onderwijs, Stedelijk Beheer en Milieu. Hij staat op nummer 18 bij D66 voor de komende kamerverkiezingen. Zijn stuk is langer dan oorspronkelijk afgesproken, maar gezien de samenhang is er niets geschrapt.


Je bent leraar op een VMBO-school en hebt – van de 23 leerlingen in je groep – nogal wat zorg- en probleemkinderen die, naast je lesgevende taak, erg veel tijd en aandacht vragen. Bovendien moeten de oudergesprekken voorbereid worden, huisbezoeken gepland en stagebedrijven bezocht. In de wekelijkse vergadering op het eind van de middag geeft de teammanager van je school aan dat er meer aandacht besteed moet worden aan de verkeersveiligheid. Uit gemeentelijke cijfers blijkt immers dat ‘onze’ leerlingen de (verkeers)regels aan hun laars lappen en een gevaar op de weg zijn, hoog tijd voor extra aandacht dus. Een nieuw project is geboren. Of jij, als geroutineerde leraar, mede-trekker van dit project wilt zijn?

Elke onderwijsgevende kent het dilemma waarmee een school dagelijks worstelt: wél willen maar niet kunnen. Het ooit zo gerespecteerde ambt van onderwijsgevende wordt er niet aantrekkelijker op. Cijfers over ziekteverzuim, afkeuringen of over de vlucht naar andere sectoren van de arbeidsmarkt wijzen hierop. Nieuwe instroom is bitter noodzakelijk, maar komt – mede door achtergestelde salariëring – niet van de grond. De meeste leraren zijn ‘veranderingsmoe’, willen lesgeven zonder extra ballast. En niets liever dan dat.

Toch neemt de druk op onderwijs(leiding)gevenden alsmaar toe. Een kleine greep: privatiseringsoperaties, invoering van de zorgplicht, faciliteren van voor-,tussen- en naschoolse opvang, het voorkomen van lesuitval, fusies, het overbruggen van de sociaal-culturele kloof tussen de diverse leerlingengroepen, de opdracht het ziekteverzuim terug te dringen, de verplichting (bij)scholing voor personeelsleden te organiseren, extra zorg besteden aan een verantwoorde begeleiding van de ‘probleem’leerling. Maar er moet tegelijkertijd in deze sector veel vernieuwd worden. Het onderwijs kan en mag niet stilstaan of achterblijven bij allerlei vernieuwingsinitiatieven. Het appèl van de politiek op deze sector te vernieuwen, meer te flexibiliseren en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus te nemen is, naar mijn mening terecht en mag niet stranden. Helaas maakt de school in vele gevallen deze verwachtingen niet waar.

De roep om terugkeer van de categoriale Mavo, de ‘ouderwetse’ Ambachtsschool en de Bedrijfsopleidingen zijn niet van de lucht, ook niet bij mijn (onderwijs)partij, D66. En regelmatig denk ik dat ‘we’ zeker de (VSO) LOM-scholen niet hadden moeten incorporeren in ons reguliere onderwijs, alléén deze beslissing al en de consequenties daarvan levert scholen behoorlijk wat en misschien wel teveel extra (zorg)druk op. Zijn er geen andere en betere oplossingen voor het maatschappelijke appèl dat op onderwijs gedaan wordt?

Beschikbaar ondersteunend geld, beheerd door schoolbesturen, die zich daarbij soms meer opstellen als een moderne financiële instelling dan als verantwoordelijk werkgever en vernieuwend procesondersteuner, wordt ingezet om onder meer ‘extra handjes’ te realiseren in een klas voor die taken waar een leraar niet of nauwelijks aan toe komt, maar waar niettemin grote behoefte aan is. Aldus krijgt een leraar, zo is de redenering, meer ‘lucht’ om een zorgkind extra aandacht te geven, ouders te spreken, collegae te consulteren, behandelingsplannen op te stellen. Prima.

Deze ‘extra -handjesfunctie’, de klassen- of onderwijsassistent in speciaal en primair onderwijs, werd enkele jaren geleden gecreëerd: een Mbo-opleiding als basis voor de functie, beloond met schaal 3 of 4 en daardoor een relatief goedkope maar wél zinvolle oplossing die zeker extra ondersteuning voor onderwijsgevenden biedt. Ook in het VMBO zien we de ‘leraarondersteuner’ verschijnen. Deze nieuwe opleiding, met overigens een beter salaris, leidt (deeltijd)studenten op om de docent in het VO in zijn dagelijkse werk te ontlasten. Noodzakelijk om de dagelijkse onderwijsbeslommeringen goed baas te kunnen.

Alle (werkdruk)problemen zijn daarmee dus opgelost zo redeneert men in bestuurdersland. De traditionele en altijd beschikbare hulpouder in het primaire en speciaal onderwijs (en straks ook in het voortgezet onderwijs) is met de komst van deze onderwijs-, klassen- en leraarondersteuner overbodig geworden. De school dopt voortaan haar eigen boontjes, de werkdrukproblemen behoren tot het verleden. Ziekteverzuimcijfers zullen dalen zo verwacht men.

Zeker, ik verwacht daar positieve resultaten van, maar daarmee zijn de noodzakelijke onderwijsvernieuwingsprocessen nog niet gewaarborgd. Deze komen, en dat is in onderwijsland altijd zo geweest, slechts dán tot stand wanneer ze gedragen worden door de mensen die er dagelijks mee moeten werken. Onderwijsgevenden zijn namelijk net gewone mensen: ze voeren pas een maatregel uit als ze deze zelf zien ‘zitten’. Of omdat ze vinden dat het wat toevoegt aan hun werksituatie dan wel aan het welbevinden van hun leerling. En als dit niet zo is kan de bedenker van elk prachtig plan het schudden, het zal niet of matig uitgevoerd worden.

Talent en ambitie zijn op allerlei onderdelen, van ‘lesboer’ tot beleidsverantwoordelijke, in voldoende mate bij onderwijsgevenden aanwezig. Procesvoorbereiding, begeleiding en implementatie voor allerlei (nieuwe) ontwikkelingen dienen daarom, vind ik, voornamelijk door de onderwijsgevenden zelf te worden uitgevoerd. Deze leraren dienen dan wel door besturen en directies gefaciliteerd en beloond te worden. En niet met een ‘extra handje’ in de klas voor de dagelijkse onderwijszaken, dat is evident.

Om het mes aan twee kanten te laten snijden kan naar mijn mening het vergroten van de arbeidsparticipatie en verdergaande flexibilisering van de arbeidsinzet hiervoor een effectief middel blijken. Een flexibele pool van louter en alléén ‘lesgevers’ zou hiervoor in het leven moeten worden geroepen. Hoevelen zijn er niet die wel willen lesgeven zónder alle sores daaromheen? Hoevelen zijn er niet, afgeknapt of afgekeurd, doordat er meer van hen gevraagd werd dan ze wilden of konden geven? Waarom laten we lesgevers géén les geven maar vragen wij van ze om beleidsstukken te maken, veranderingsprocessen te begeleiden?

Ik snak naar initiatieven van overheid, vakbonden, schoolbesturen, vervangingsfonds of ondernemers om een pool in het leven te roepen van louter ‘lesgevenden’, waarop door een school een (tijdelijk) beroep gedaan kan worden als vervanger van een leraar die (tijdelijke) vernieuwingsprocessen begeleidt. Beiden zullen zich er veel prettiger bij voelen.

Geschreven op: woensdag 1 november 2006

Pleidooi voor Innovatiefonds Onderwijs

In onderwijs on 4 februari 2011 at 9:46 PM

Het ligt zo voor de hand: onderwijs moet goed zijn. Maar soms twijfel ik wel eens aan de kwaliteit van het onderwijs in ons land. Het ene moment is dat als ik terugdenk aan sommige docenten van pak ‘m beet de Opleiding tot Leraar Basisonderwijs (vroeger heette het de Pabo), een ander moment als ik verkiezingsprogramma’s van bepaalde politieke partijen lees, als ik de vele spelfouten in sommige kranten zie of als ik weer een Nederland ‘hun’ hoor zeggen als het ‘hen’ of ‘zij’ moet zijn.

Iedere keer duiken er weer initiatieven op om de kwaliteit van het onderwijs omhoog te stuwen naar grote hoogten. Zeker momenteel buitelen de politieke partijen over elkaar heen om aan de kiezer te tonen hoe goed zij het wel niet menen met het onderwijs, de leerlingen/studenten en de mensen die er binnen werken. En dat doen zij vooral door te roepen dat er miljarden extra in het onderwijs ‘gepompt’ moeten worden of dat er extra brede scholen moeten komen of… Ga zo nog maar even door. Allemaal van die populaire maatregelen die vaak onmeetbaar zijn, zonder kwalitatieve onderbouwing zijn en/of elders in de wereld aantoonbaar niet werken.

Daarom het volgende voorstel:
de komende regering richt een Innovatiefonds Onderwijs op met daarin het subjectieve en discutabele bedrag van 3 miljard euro per jaar. Iedere school en onderwijsinstelling (zowel publiek en privaat, bijzonder als openbaar) wordt uitgenodigd een Plan ter Verbetering van het Onderwijs (PVO) in te dienen. Dit plan moet worden gemaakt volgens een standaard stramien en mag maximaal 4 kantjes A-4 omvatten. Belangrijkste onderdelen: wat wil de school doen, waarom, wie gaat/gaan het doen, wie zijn de partners, wat zijn de concrete doelstelling, van wanneer tot wanneer is de looptijd, hoe krijgt de evaluatie vorm en hoe is het financiële plaatje onderbouwd.

Ieder plan mag een hoge mate van experimenteren omvatten. Echter t.a.v. de financiën zijn er strengere regels: minimaal 10% van de kosten moet door de school zelf op tafel worden gelegd (al dan niet uit eigen zak) en maximaal 5% van het totaalbedrag mag aan managementskosten worden besteed. Dit om grote projectorganisaties en speciale projectmanagers te voorkomen. De verbeteringen dienen op de werkvloer te beginnen, worden uitgevoerd en worden afgesloten. Verder mag een plan maximaal 5 miljoen euro kosten; dit om allerlei grootste plannen van managers te voorkomen en juist om kleinere schaal op een innovatieve wijze te komen tot verbeteringen.

Alle plannen en alle evaluaties worden op een speciale internetpagina gepubliceerd, zodat iedereen kennis kan nemen van ontwikkelingen elders en er onderling contact kan worden opgenomen. Een klein comité van deskundigen en/of praktijkmensen beoordelen alle plannen en hebben vaste criteria om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Een negatieve beoordeling mag alleen als er zeer duidelijk te omschrijven redenen voor zijn. Voorstellen hoeven niet door directies of colleges van bestuur te worden ingediend. Een groep van minimaal drie leerkrachten/docenten kan ook zelfstandig een voorstel indienen. Het comité zal dan echter wel informeren bij betreffende directie of het plan binnen de school uitgevoerd mag worden.

Laat de scholen op deze wijze maar komen tot hun eigen ontwikkeling en laten zij hun eigen onderwijs maar op eigen wijze verbeteren!

Geschreven op: woensdag 6 september 2006

Ouders verlenen scholen geen gunst, maar scholen verlenen ouders een dienst

In onderwijs on 29 januari 2011 at 6:58 PM

Ouders zijn (over het algemeen) volwassen mensen die bewust kiezen om deel uit te maken van de Nederlandse maatschappij. Dit betekent automatisch dat zij de Nederlandse wet- en regelgeving accepteren. Willen zij dit niet, dan wonen ze in het verkeerde land en zullen zij tot aan hun verhuizing zich simpelweg moeten houden aan de Nederlandse wet- en regelgeving.


Een belangrijke wet in ons land is de wet op de leerplicht. Hierin wordt geregeld dat kinderen vanaf hun vijfde verjaardag naar school moeten en dit zijn zij verplicht tot aan hun zestiende verjaardag. Vanaf dat moment is er tot twee jaar lang sprake van partiële leerplicht van één of twee dagen per week. Het is dus niet zo dat ouders een keuze hebben, wel is het zo dat ouders verantwoordelijk en aansprakelijk zijn m.b.t. deze wettelijke verplichting.

Zij mogen wel kiezen naar welke school hun kind gaat, maar zij kunnen niet kiezen of hun kind wel naar school gaat. Want dat staat vast, net zoals vaststaat met welke kennis hun kind (globaal) van de basisschool afkomt. Dit is allemaal keurig vastgelegd in wettelijke bepalingen, dus ouders hebben daar (m.i. terecht) niets over te zeggen. Helaas is er bij iedere school wel een groep ouders die dat wel probeert, maar een goede school met goed personeel zal de ouders wijzen op de verschillende verantwoordelijkheden en geen inmenging toelaten.

Overigens is een school behoorlijk vrij in de wijze waarop zij kennis en vaardigheden overdragen en aanleren. Vandaar ook dat Nederland vrij veel scholen kent met oogwaarschijnlijk afwijkend didactisch handelen. Dit vergroot alleen maar de keuzemogelijkheid van de ouders en de mogelijkheid een bij het kind passende onderwijsmethode te vinden. Veel meer ouders zouden hier tijd en energie in moete investeren i.p.v. voor de dichtsbijzijnde school te kiezen. Ook zou het niet logisch moeten zijn dat broertjes en zusjes automatisch naar dezelfde school gaan. Ieder kind is anders en heeft andere behoeften, ook in de wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden.

Geschreven op: vrijdag 12 mei 2006

Ouders zijn slechts te gast op een basisschool

In onderwijs on 29 januari 2011 at 6:51 PM

In het basisonderwijs zijn een aantal actoren in en rond de school actief om (hopelijk) te zorgen voor goed onderwijs aan de minderjarige leerlingen. Logische actoren zijn de leerkrachten (aangesteld om les te geven), directie (aangesteld om leiding te geven), onderwijsondersteunende medewerkers (aangesteld om de leerkrachten bij het lesgeven te ondersteunen) en de bestuursleden (aangesteld om de directie te controleren). Maar ook ouders lijken meer en meer tot de actoren te behoren die voor goed onderwijs moeten zorgen. Dit terwijl zij -namens hun kinderen- slechts een indirecte rol behoren te vervullen.


De rollen binnen een basisschool die ouders kunnen vervullen is lid zijn van de ouderraad en van de medezeggenschapsraad. Daarnaast kunnen ze door de school worden gevraagd voor zaken als kinderen naar een museum brengen, meelopen met de avondvierdaagse et cetera. Lid zijn van de ouderraad doet een ouder op persoonlijke titel en lid zijn van de medezeggenschapsraad doet een ouder in naam van zijn/haar kind(eren). Het voert te ver voor dit artikel om de rechten en plichten van beide raden hier uit te diepen. Maar kort door de bocht is te stellen dat een ouderraad niet-les actviteiten kan organiseren binnen de kaders die de school stelt en controleert en een medezeggenschapsraad mag op hoofdlijnen meepraten en -denken over het beleid van de school.

Helaas zie je steeds meer dat een kleine groep ouders zich een grotere rol toedicht dan welke wet of regel ook mogelijk maakt. Soms is het zelfs onduidelijk wie op een school werkt en wie er alleen als ouder (en dus als gast) rondloopt. Dergelijke ouders bedoelen het vaak goed, maar schieten hun doel volledig voorbij en wordt zo’n groepje ouders door veel andere ouders en door teamleden terecht tiranniek gedrag verweten.
Ouders moeten vooral actief bovengenoemde rollen vervullen, maar beslist niet meer. Voor andere activiteiten binnen de school zijn mensen aangesteld die er voor zijn opgeleid en er voor worden betaald. Ouders zijn dat niet en moeten zich blijven gedragen als gast, want dat zijn ze. Welkome gast dat zeker, maar ook niet meer dan dat.

Foto: KAD (Vlaanderen)

Geschreven op: woensdag 10 mei 2006

%d bloggers liken dit: