Onderwijszaken

Beste ouders, u bent niet meer welkom op school

Inbasisschool,onderwijs op17 juni 2011 op3:24 PM

Echte en langdurige problemen met leerlingen bestaan eigenlijk niet. Natuurlijk gebeurt er genoeg op een school, maar dat past over het algemeen in de lijn van verwachting. Kinderen groeien op en bij dat proces hoort het verkennen en dus ook overschrijden van grenzen. Dat is ook erg belangrijk, omdat kinderen op die manier de grenzen leren kennen en ze hopelijk later niet meer overschrijden. Zeker in een druk landje als Nederland is dat erg belangrijk.

Echte en langdurige problemen met ouders bestaan daarentegen wel. En dan doel ik niet op ouders die realistisch kritisch zijn, want een beetje school ervaart zulke ouders volgens mij niet als een probleem. Nee, dan de ouders die eeuwig en altijd iets te klagen hebben, altijd commentaar leveren op de leerkrachten, continu voor het kantoor staan te dringen met eisen en werkelijk alles beter weten. Met die ouders heb ik het helemaal gehad! Iedere school kent ze wel: de bloedzuigers in het onderwijs.

Vandaag ook weer: mevrouw Verhaar dringt ruim voor schooltijd al de lerarenkamer binnen en steekt meteen van wal. Nog net vriendelijk en zeer beslist wees ik haar op het feit dat zij niet tot het onderwijzend personeel behoort en dus op de verkeerde plaats is. Maar mevrouw Verhaar is tot op hoog niveau Oostindisch doof, dus mijn woorden maakten geen enkele indruk, waarop ik mijn collega’s heb voorgesteld naar het naastgelegen lokaal te gaan, omdat wij recht op onze rust hebben voor schooltijd. Demonstratief is het hele team langs haar geschoven, waarna ik de deur meteen ferme klap heb dichtgegooid. Het idiote was dat mevrouw Verhaar nog steeds stond te oreren toen ik de deur achter mij sloot.

De lessen waren amper begonnen of mevrouw Verhaar stond al in mijn kantoor om mij ter verantwoording te roepen. Ik heb haar onderbroken en gezegd dat ze haar verhaal op papier mag zetten en dat ik dat ooit, als ik tijd heb, wel eens zal lezen. Maar dat ik verder geen tijd meer wenste te besteden aan haar verhalen, klachten en andere kreten. Dat werkte! Ze was zowaar een paar minuten stil. Die tijd heb ik gebruikt om haar op een nette manier het kantoor uit te werken en door de dichtsbijzijnde buitendeur naar buiten te bonjouren.

Ongetwijfeld is ze helemaal hels nu, maar het maakt mij niets meer uit. Beste mevrouw Verhaar, u bent niet meer welkom op onze school. Neem gerust uw twee kinderen mee en ga een ander lastigvallen. Wij willen lesgeven!

Geschreven op: dinsdag 7 april 2009

 

Gevlucht voor loverboy, maar nu bang voor ontvoering

Injeugdzorg op17 juni 2011 op3:19 PM

Een paar maanden geleden ben je 15 jaar geworden; een mooie leeftijd. Voor jou betekende het echter dat je al ruim anderhalf jaar in het bezit was van je loverboy. Of zoals je hem zelf noemt: je pooier. En bezit was je van hem. Hij zei dat tegen je en jij voelde dat zo. En je ging naar bed met wie hij zei. En je deed zelfs je best om de klanten tevreden te stellen, want als ze klaagden, dan werd je geslagen of je werd een paar uurtjes gegeven aan de ‘vrienden’ van je pooier.

Je besefte ergens wel dat het niet goed was wat er gebeurde, maar je dacht ook dat het eigenlijk normaal was. Want de andere meisjes waar je contact mee had, maakten tenslotte hetzelfde mee. Dat wist je omdat je het zag en omdat je regelmatig met andere meisjes klanten of je pooier moest tevreden stellen. En soms genoot je ook van het leventje, zeker als je pooier lief voor je was en alle aandacht aan jou besteedde. Dat voelde je je verliefdheid weer en was je bereid alles voor hem te doen.

Tot die ene keer, nu ruim een week geleden. Je was afgezet bij klanten, maar die wilden niet om de beurt met jou. Ze dwongen je om hen alledrie gelijktijdig te bevredigen. Je weigerde dit eerst, maar ze dwongen je hardhandig om te doen wat zij wilden. Toen je klaar was en terug ging naar je pooier, stond hij je al kwaad op te wachten. Hij was gebeld dat ze niet erg tevreden waren. Daarop volgde een flink pak slaag, waarna hij tegen zijn ‘vrienden’ zei dat ze met je mochten doen wat ze wilden. Daaraan wil je nooit meer denken en je wilt er zeker niet over praten.

Het enige wat je nog een beetje overeind hield was de gedachte dat je weg wilde. De volgende dag ben je op de bus gestapt en ben je het politiebureau binnengestapt. Toen gebeurde er opeens van alles. Er kwamen mensen van Bureau Jeugdzorg met je praten en je moeder stapte het bureau binnen. Je durfde haar niet aan te kijken, zo bang was je dat zij boos zou zijn. Maar er gebeurde iets wat je niet eens durfde te dromen: je moeder nam je in haar armen en fluisterde dat ze van je hield. Toen kwamen de tranen en je hebt je leeggehuild. Daarna ben je met je moeder naar huis gegaan.

Ondertussen waren er allerlei mensen bezig om elders in Nederland een veilige plek voor je te vinden. Na een lange nacht, ging opeens de telefoon van je moeder en bleek dat je pooier van je actie had gehoord en op zoek was naar je. Ook reden er opeens vreemde auto’s langzaam door de straat. Je werd doodsbang en je moeder heeft een taxi gebeld. Samen zijn jullie naar het politiebureau gereden uit angst dat je pooier je komt ontvoeren of nog erger. Er wordt nu met spoed een veilige, geheime plaats voor je geregeld. Hopelijk krijg je ooit de kans weer kind te zijn.

Geschreven op: zondag 5 april 2009

Zomervakantie korter en minder verplichte lesuren

Inbasisschool,onderwijs op5 juni 2011 op6:12 PM

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft een beslissing genomen in het dossier ‘onderwijstijd’. Eerder heeft een commissie onder leiding van Cornielje hier al vele uren over gepraat om vervolgens een rapport met als titel ‘De waarde van een norm’ te schrijven. Een aantal aanbevelingen uit dat rapport zijn nu, 3,5 maand na het uitkomen van het rapport, overgenomen door Van Bijsterveldt. Dit heeft de staatssecretaris gisteren per brief laten weten aan de Tweede Kamer.
Ook is er nog rekening gehouden met een viertal andere rapporten, te weten:
- het inspectieonderzoek naar de naleving van de wettelijke voorschriften inzake onderwijstijd in schooljaar 2007/2008;
- een onderzoek van Regioplan naar lesuitval en onderwijstijd;
- de door EIM uitgevoerde evaluatie van de Regeling Vakantiespreiding en
- het door Regioplan uitgevoerde onderzoek naar de tijdsbesteding door leraren.
Verder heeft de staatssecretaris gesproken met de VO-raad, de AOC-raad, het LAKS, de ouderorganisaties, AOb, CNV en CMHF, en BON. Ook schrijft zij dat zij tijdens haar werkbezoeken aan scholen en in ontmoetingen met leraren, leerlingen, ouders, rectoren en andere betrokkenen in en rond de school heeft gesproken over hoe om te gaan met de onderwijstijd.

Van Bijsterveldt spreekt haar waardering uit over het werk van de commissie Onderwijstijd, die zij vroeg haar te adviseren hoe om te gaan met onderwijstijd. De drie belangrijkste aanbevelingen die worden overgenomen:
1. nieuwe definitie van onderwijstijd en een nieuwe norm van 1.000 uur per schooljaar;
2. de zomervakantie gaat van zeven weken terug naar zes weken en
3. de school gaat verantwoording afleggen aan leerlingen en ouders over de kwalitatieve invulling van het onderwijs.

Volgens Van Bijsterveldt hebben alle leerlingen recht op minimaal 1000 uur onderwijs per schooljaar. Een uitzondering hierbij is het examenjaar, waarin de norm 700 uur blijft. Gelet op de ambitie die de politici hebben om elk talent volledig te benutten, is de staatssecretaris van mening dat dit een minimale norm is waar alle scholieren recht op hebben. Dit ondermeer vanwege de ambities op het vlak van taal en rekenen, de eisen rond de examens en de wens tot meer excellentie.

Het gaat niet alleen om voldoende uren, maar ook om goede uren. Voldoende lesuren is naar de mening van de staatssecretaris een voorwaarde voor goed onderwijs, maar zij vindt een optimale kennisoverdracht en een uitdagend en inspirerend lesprogramma dat het maximale uit alle leerlingen haalt minstens zo belangrijk voor de kwaliteit van onderwijs. De (gezamenlijke) verantwoordelijkheid over hoe vorm te geven aan kwalitatieve invulling van de norm ligt volgens de staatssecretaris straks primair op schoolniveau. Dit draagvlak zal in een actieve vorm van horizontale verantwoording en inspraak vormgegeven dienen te worden. De commissie Onderwijstijd beschouwt de school namelijk als een gemeenschap van ouders, leerlingen, leraren en leidinggevenden en de interactie moet hier plaatsvinden. Dat samenspel van checks en balances geeft ruimte voor een model van, zoals de commissie Onderwijstijd dat noemt, ‘high trust’.

De commissie Onderwijstijd stelde voor om één van de huidige zeven weken zomervakantie die leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben om te zetten in vijf collectieve, gespreid over het schooljaar in te zetten, roostervrije dagen voor leerlingen. Op deze dagen zijn alle leerlingen op de school vrij. Een school kan zelf bepalen welke dagen dit zijn. Centraal zullen zes aaneengesloten weken zomervakantie voor leerlingen worden vastgesteld, en in het voortgezet onderwijs worden de vijf voor leerlingen roostervrije dagen toegevoegd aan vijf roostervrije dagen voor opstart- en afrondingsactiviteiten aan het begin en einde van het schooljaar. In totaal is daarmee in het voortgezet onderwijs sprake van maximaal tien collectieve, voor leerlingen roostervrije dagen per schooljaar.
De Wet medezeggenschap op scholen zal worden aangepast om de medezeggenschapsraad instemmingsrecht te geven over de inzet en invulling van de 10 roostervrije dagen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het deel van de medezeggenschapsraad dat door de ouders en leerlingen is gekozen en het deel van de medezeggenschapsraad dat het personeel vertegenwoordigt. De gehele medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de roostervrije dagen. Ten aanzien van de wijze waarop invulling gegeven wordt aan de roostervrije dagen heeft alleen de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht.

De normjaartaak van leraren in het voortgezet onderwijs is en blijft 1.659 uur bij een voltijds aanstelling. Hierin komt geen verandering door de aanpassing van de zomervakantie en het inzetten van de roostervrije dagen voor leerlingen. Werkgevers en werknemers moeten echter op schoolniveau onderling afspraken maken over de invulling door leraren van de roostervrije dagen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt wil de positie van de medezeggenschap ten aanzien van de kwalitatieve invulling van het onderwijsprogramma verder verstevigen. De medezeggenschapsraad zal daarom op dit punt instemmingsrecht krijgen in het licht van de opdracht aan de school om een uitdagend en inspirerend onderwijsprogramma te realiseren. Hiervoor zal de Wet medezeggenschap op scholen voor het voortgezet onderwijs worden aangepast. Ook zal het bevoegd gezag zich moeten verantwoorden over de invulling (zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin) van het onderwijsprogramma.

Als ik kijk naar deze drie aanbevelingen, dan komen er wel wat gedachten in mij op. Die nieuwe norm van 1.000 uur is net zo vaag als de huidige norm van 1.040 uur. Op korte termijn verdwijnen daarmee ongetwijfeld een aantal ‘ophok-uren’, maar op langere termijn gaan scholen weer rekenen en zal blijken dat er niets is veranderd, behalve dat er weer 40 lesuren verdwenen zijn.

De zomervakantie verkorten met één week vind ik een goed plan. Zolang tenminste ook helder wordt gemaakt dat die tijd door het onderwijspersoneel wel aan onderwijs moet worden besteed. Ik vrees echter dat de leerkrachten de vijf werkdagen elders in het jaar ook als vrije tijd gaan opnemen, net als de leerlingen die dagen vrij krijgen. Op de één of andere manier zien leerkrachten vrije dagen van leerlingen ook als vrije dagen voor henzelf. Terwijl dit grote onzin is, als je kijkt naar de uren die zij per jaar behoren te werken.

De derde aanbeveling vind ik het zwakste. De schoolbesturen en -directies moeten al op veel punten overleg plegen met leerlingraden, ouderraden en medezeggenschapsraden en soms ook instemming vragen. Meestal ook terecht wat mij betreft. Maar nu wordt er zoveel neergelegd bij de medezeggenschapsraad, dat ik mij afvraag wat daar van terecht gaat komen.

Er heerst bij mij zeker een flinke dosis scepsis over de plannen van de staatssecretaris en ik ben dan ook benieuwd naar de reacties vanuit de politieke partijen. Maar tegelijkertijd moet ik erkennen dat er iets veranderd moest worden. En indien de plannen conform de intenties van de commissie Onderwijstijd en de staatssecretaris worden uitgevoerd, dan is er sprake van een kwaliteitsverbetering. Zeker als de Onderwijsinspectie er goed op gaat toezien. Maar gezien de rol die aan de inspectie is toebedeeld in de plannen, vrees ik dat het toezicht juist zal verslechteren.

Geschreven op: zondag 29 maart 2009

 

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.